In Nederland staan zo’n 780.000 portiekwoningen kleiner dan 75 m². Het zijn woningen met beperkte ruimte voor installaties, nauwelijks mogelijkheden voor ingrijpende isolatiemaatregelen en meestal een individuele cv-ketel. Daarbij gaat het vaak om stedelijke complexen met bewoners met een kleinere financiële draagkracht.
Volledig elektrisch verwarmen is in veel van deze situaties nog geen reële optie, onder meer door netcongestie en de vertraagde aanleg van warmtenetten. Er is daarom behoefte aan oplossingen die op korte termijn toepasbaar zijn, zonder grote ingrepen in de woningen zelf.
Binnen Team Duurzaam Installeren is de afgelopen jaren gewerkt aan een dergelijke oplossing. Het collectief hybride concept is ontwikkeld door Breman en inhoudelijk getoetst door TNO.
De kern van het concept is dat niet iedere woning afzonderlijk wordt aangepast, maar dat één warmtepomp meerdere woningen in een portiek bedient. Deze wordt op het dak geplaatst en gekoppeld aan de bestaande cv-ketels, die beschikbaar blijven voor momenten met een hogere warmtevraag.
Door bestaande schachten te benutten, blijft de impact in de woningen beperkt. De installatie vraagt weinig ruimte en kan relatief snel worden gerealiseerd. Tegelijkertijd draagt het systeem bij aan een duidelijke vermindering van het gasverbruik, zonder extra druk op het elektriciteitsnet.
Dat maakt de oplossing passend bij bestaande bouw, al blijft de toepasbaarheid afhankelijk van de kenmerken van het specifieke gebouw.
De werking van het systeem staat of valt met de regeling. De warmtepomp en de cv-ketel zijn zo ingericht dat ze niet gelijktijdig functioneren. De warmtepomp levert warmte zolang de ingestelde temperatuur haalbaar is. Op het moment dat de gevraagde aanvoertemperatuur te hoog wordt of de buitentemperatuur te ver daalt, schakelt het systeem over en neemt de cv-ketel het over.
Deze manier van werken voorkomt dat beide systemen tegelijk vermogen vragen. Daardoor blijft de belasting op het elektriciteitsnet beperkt. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om een goede afstemming tussen installatie en gebruik, omdat het omschakelmoment bepalend is voor de prestaties.
In de ontwikkeling van het concept zijn meetdata uit de eerste toepassing geanalyseerd door het Breman Kenniscentrum en TNO. Uit deze analyses blijkt dat de warmtevraag in portiekflats minder groot en minder gelijktijdig is dan vaak wordt aangenomen. Vooral de woningen op de bovenste en onderste verdiepingen bepalen het benodigde vermogen.
Dit inzicht heeft geleid tot een belangrijke optimalisatie: warmtepompen kunnen kleiner worden gedimensioneerd dan gebruikelijk. Daardoor wordt het concept eenvoudiger, betaalbaarder en beter schaalbaar. Tegelijkertijd werd duidelijk dat ook gebruikersgedrag invloed heeft, bijvoorbeeld wanneer bewoners nachtverlaging toepassen.
Naast de technische werking is ook gekeken naar de uitvoerbaarheid. Het concept is zo ontwikkeld dat de aanpassingen in woningen beperkt blijven en de installatietijd relatief kort is.
De investering in een collectieve oplossing is daarbij vergelijkbaar met die van individuele oplossingen. Doordat de warmtepomp collectief wordt ingezet, liggen de onderhoudskosten lager. Voor woningcorporaties biedt het daarnaast perspectief op verbetering van het energielabel.
Het collectief hybride concept richt zich nadrukkelijk op situaties waarin volledige elektrificatie nog niet haalbaar is. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Zo kan het systeem aangepast worden wanneer aansluiting op een warmtenet mogelijk wordt en kan het, bij voldoende isolatieniveau, verder doorgroeien richting all-electric oplossingen.
Hiermee ontstaat een aanpak die zowel op korte termijn inzetbaar is als aansluit op langere termijn ontwikkelingen. De collectief hybride aanpak laat zien dat de energietransitie niet alleen gaat over technologie, maar vooral over slimme keuzes binnen bestaande randvoorwaarden. Voor portiekflats biedt dit concept een concrete route om nu te verduurzamen, zonder te wachten op grootschalige infrastructuren.
Meer weten over het concept? Download de presentatie ‘Collectief hybride’ hier.
Dit concept is ontwikkeld door Breman binnen het consortium Team Duurzaam Installeren, in samenwerking met TNO en Weheat. Gefinancierd met MOOI-subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Team Duurzaam Installeren (TDI) is een samenwerking tussen tien koplopers in de installatiebranche.